JAARLIJKSE EVALUATIE

In de middelbare en hogere graad zijn er verschillende richtingen, opties genaamd. 

In mei en juni worden in alle leerjaren overgangsproeven georganiseerd. Deze proeven heten eindproeven in het laatste leerjaar van de lagere, van de middelbare en van de hogere graad.
 Proeven worden afgenomen met gesloten deuren of in publieke zitting. 
De punten bevatten ook het dagelijks werk.

Om geslaagd te zijn voor een graad moet men voor alle vakken 60% behalen. Aan de leerling die met vrucht een leerjaar beëindigt, wordt een attest uitgereikt.
Op het einde van de lagere graad krijgt men een eindattest.
Een getuigschrift wordt uitgereikt aan de leerling die met vrucht het laatste leerjaar van de middelbare graad beëindigt en aan de leerling die met vrucht het laatste leerjaar van de hogere graad beëindigt.
Men kan per graad slechts éénmaal overzitten.

BEOORDELINGSCRITERIA VOOR DE PROEVEN SAMENSPEL, INSTRUMENTAAL ENSEMBLE, KOOR, VOCAAL ENSEMBLE

De leerling wordt beoordeeld op het samen musiceren met anderen.

Verdeling van de punten van de proef: de openbare proef zelf telt voor 40% van de punten, 60% van de punten gaan over het schooljaar voor wat betreft

  • aanwezigheid
  • inzet
  • medewerking
  • verantwoordelijkheidsbesef tegenover de medespeler/medespeelster,
  • vooruitgang
  • artistieke vaardigheden

Er wordt daarbij rekening gehouden met:

  • het aantal jaren dat de leerling les gevolgd heeft,
  • de leeftijd van de leerling en de lichamelijke, geestelijke en gevoelsmatige mogelijkheden op die leeftijd.

BEOORDELINGSCRITERIA VOOR DE PROEVEN INSTRUMENT EN ZANG

De leerling wordt beoordeeld op algemene muzikale criteria en op criteria specifiek aan het instrument.

 1. ALGEMEEN

Bij de beoordeling van alle instrumenten wordt gelet op volgende algemene beoordelingscriteria:

  • tekstkennis: noten, maatgevoel, ritmische zekerheid, schakeringen, articulaties
  • instrument specifieke lichaamshouding
  • toonkwaliteit
  • muzikale  inbreng en afwerking: frasering, mooi melodisch verloop, samenhang,  het kunnen  overbrengen van een werk als één geheel,  spanningsopbouw, dynamiek, kleurverschillen, articulatieverschillen, sfeer
  • speelplezier, inleving
  • uitstraling op het podium
  • stijlbeheersing
  • jaarwerk
  • inzet en medewerking
  • instelling bij studie en bij uitvoering
  • specifiek voor lagere graad 4: voldoende basiskennis van het instrument om een aanwinst te zijn voor de samenspelklas (of de koorklas voor zang)

Er wordt daarbij rekening gehouden met:

  • het aantal jaren dat de leerling les gevolgd heeft,
  • de leeftijd van de leerling en de lichamelijke, geestelijke en gevoelsmatige mogelijkheden op die leeftijd.

Bij de beoordeling van de proeven instrument Jazz en Lichte muziek wordt daarnaast nog rekening gehouden met:

  • tekstkennis: ritmische precisie, ritmisch inpassen in binaire en/of ternaire groove, schakeringen, articulaties, letterbenaming akkoorden
  • muzikale inbreng en afwerking:  akkoordvoicings, kleurverschillen, articulatieverschillen
  • harmonische en ritmische kennis bij de improvisatie

2. SPECIFIEK

Naast de algemene beoordelingscriteria wordt per instrument rekening gehouden met volgende instrument-specifieke criteria:

Viool, altviool, cello en contrabasLees meer…

  • houding linker- en rechterhand,
  • rechterarm, houding instrument
  • vaardigheid linkerhand
  • intonatie
  • boogvoering en boogtechniek
  • naargelang de graad: posities en positiewisselingen, vibrato

MandolineLees meer…

  • het tot uitdrukking brengen van vorm en karakter van de gespeelde werken door tekstkennis: noten, maat, ritme, schakeringen, articulaties, waardoor duidelijk is dat de leerling weet wat hij/zij speelt
  • techniek naargelang de graad, zoals: wisselslagen, tremolo, posities, dubbel- en akkoordgrepen, plectrumtechnieken, register.
  • klanksterkte

GitaarLees meer…

  • coördinatie linker- en rechterhand
  • barré, bindingen

BlokfluitLees meer…

  • hand- en lichaamshouding
  • vingervaardigheid
  • intonatie
  • adembeheersing

DwarsfluitLees meer…

  • hand- en lichaamshouding
  • vingertechniek, coördinatie tongslag en greepwisselingen
  • intonatie
  • ademhaling en ademsteun
  • voor de hogere graad ook vibrato

Hobo en fagotLees meer…

  • hand- en lichaamshouding
  • vingervaardigheid
  • intonatie
  • toonvorming*
  • adembeheersing
  • beheersing van spanningsopbouw*, dynamiek*
  • rieten maken*

* nog niet, of zeer pril, voor lagere graad 4

KlarinetLees meer…

  • hand- en lichaamshouding
  • vingertechniek, bindingen
  • intonatie
  • toonkwaliteit: klankkleur, toonvastheid
  • adembeheersing, mondstand, toongaanzet

SaxofoonLees meer…

  • hand- en lichaamshouding
  • vingertechniek, bindingen
  • intonatie
  • ademtechniek, mondstand
  • naargelang de graad: vibrato

Trompet, hoorn, eufonium, tromboneLees meer…

  • houding
  • voor trompet, hoorn, eufonium: vingervaardigheid
  • intonatie*
  • ademtechniek
  • uitbreiding van de tessituur naargelang de graad

* voor trombone nog niet voor alle noten noodzakelijk in lagere graad 4

SlagwerkLees meer…

  • de verscheidenheid in bespeelde instrumenten
  • melodisch slagwerk: 2 of 4 stokken, stoktechnieken, pedaalgebruik
  • ritmisch slagwerk: onafhankelijkheid van de 4 ledematen, balans tussen de instrumenten van het drumstel, stoktechnieken
  • tekstkennis: noten, maatgevoel, ritmische precisie, schakeringen, articulaties
  • toonvorming
  • aanslagtechniek
  • hand- en lichaamshouding

PianoLees meer…

  • houding aan de piano
  • balans linker- en rechterhand
  • pedaalgebruik

OrgelLees meer…

  • houding aan het orgel
  • vanaf de middelbare graad: combinatie manuaal- en pedaalspel

KlavecimbelLees meer…

  • houding aan het klavecimbel

AccordeonLees meer…

  • balgvoering

Zang en stemvormingLees meer…

  • houding: recht, actief, ontspannen: hals en hoofd, onderkaak, handen en voeten
  • dictie: actief zonder verlies van legato
  • registers: kunnen aanwenden van hoog register (kopregister)  vlotte overgang tussen laag en hoog register
  • intonatie: precies treffen, tonen in de kern aanzetten
  • ademhaling: combinatie van flank- en middenrifademhaling, ademhaling in functie van tempo en inhoud van het stuk
  •  stemplaatsing en toonvorming:
    • mooie plaatsing van de toon: vermijden van keelklanken
    • of genepen klanken
    • beheersen van zachte steminzet: vermijden van glottisslag
    • ontwikkeling van voldoende stemvolume
    • stemplaatsing op enge en wijde vocalen
    • ontwikkeling van vibrato
  • tekstbegrip en expressie: uiste uitspraak van vreemde talen, tekstinhoudelijk begrip, expressie
  • zangplezier